|
Kunde
|
 |
« Gepost op: Woensdag 09 Juni 2010 - 18:31:46 (GMT-1) » |
|
Ter info: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.< Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse web Krantenartikel of link ernaar verwijderd op verzoek van REPROCOPY.Het ligt evenwel niet in onze mogelijkheden om een versie van deze site waarop het verwijderde krantenartikel nog wel voorkomt te verwijderen van de diverse webarchiefsites.: ________________________________________ Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk 4e Kamer 15 oktober 2009 ________________________________________ Rechter: de h. Vandendriessche Advocaten: mrs. Ghekiere en Braeye Bewaargeving Bewaargeving uit noodzaak Kostenvergoeding van de bewaarnemer Retentierecht van de bewaarnemer Wegtakeling en stalling op verzoek van de politie Er is bewaargeving uit noodzaak als de politie een onbeheerd voertuig dat in panne staat op de openbare weg en een hinder vormt voor het verkeer, laat wegtakelen en stallen. De bewaargever is verplicht de bewaarnemer te vergoeden voor de kosten van het bergen en stallen van het voertuig. Krachtens art. 1948 B.W. bezit de bewaarnemer het retentierecht over dit voertuig tot de gehele voldoening van wat hem wegens die bewaarneming is verschuldigd. BVBA J.T. t/ G.B. Bij dagvaarding betekend op 14 oktober 2008 vordert eiseres de veroordeling van verweerder tot betaling van 1.998,09 euro, vermeerderd met de conventionele verwijlrente aan 11,5% op 1.755,29 euro vanaf de dagvaarding tot aan de betaling, en met de gerechtelijke rente op het verhogingsbeding en de kosten van het geding. 1. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de auto van verweerder immobiel is komen te staan langs de openbare weg. Hij vormde aldaar een hinder en werd, op wenk van de politie, door eiseres getakeld en naar haar werkplaats gebracht. Met de wagen viel niets meer aan te vangen; eiseres spreekt over vernietiging van de wagen, wellicht om de wisselstukken ergens onder te brengen. Verweerder weet waar de wagen zich bevindt, komt in contact met eiseres die weigert de autoplaten mee te geven omdat verweerder de sleep- en stallingskosten niet betaalt. Inmiddels bedraagt de factuur voor het wegslepen van de wagen en 318 dagen stallingskosten 2.123,90 euro. 2. Verweerder voert aan dat hij geen contractuele band heeft met eiseres en derhalve niets dient te betalen. 3. De defecte auto van verweerder vormde een hinder op de weg. Indien verweerder er zelf niet voor zorgde dat de auto verdween, diende een daartoe bevoegde instantie ervoor te zorgen. Het betreft een toepassing van art. 1949 B.W., de zogenaamde bewaargeving uit noodzaak (Cass. 15 april 1942, Pas. 1942, I, 87; Cass. 20 maart 2003, Verkeersrecht 2003, 249). Verweerder is gehouden tot betaling van de stallingskosten ingevolge art. 1947 B.W. Eiseres weigerde de verkeersplaten af te geven daar zij geen betaling kon verkrijgen. Hier gaat het om het retentierecht waarvan sprake in art. 1948 B.W. 4. Voormeld retentierecht geeft de bewaarnemer het recht de in bewaring gegeven zaak te verkopen als schroot om betaling te verkrijgen van wat hem verschuldigd is, wanneer de bewaargever weigert het goed af te halen of nalaat de bewaargever te voldoen (Cass. fr. 10 december 1854, D. 1854, I, 399). Reeds op donderdag 19 juni 2008 was het voor eiseres duidelijk dat zij geen betaling zou kunnen verkrijgen en had zij van het hierboven vermelde recht gebruik kunnen maken en aldus schadebeperkend kunnen optreden. Het zal niet de enige maal zijn geweest dat een autowrak op het terrein van eiseres stond. De rechtbank herleidt ingevolge de nalatigheid van eiseres en haar bevoegdheid krachtens art. 1231, § 1, B.W. de hoofdsom tot 1.000 euro. ... NOOT Stallingskosten bij bewaargeving uit noodzaak 1. Te dezen had de bestuurder van een wegluis zijn in panne gevallen voertuig, dat een hinder vormde voor het verkeer, achtergelaten op de openbare weg. Op vordering van de politie werd het weggetakeld en naar een garage gesleept. De eigenaar, hiervan op de hoogte gebracht, nam contact op met de garagehouder, maar weigerde de sleepkosten en de stalling van het betrokken voertuig te betalen onder voorwendsel dat hij geen contractuele band had met de garagehouder. 2. Hoewel het vonnis het niet met zoveel woorden zegt, mag worden aangenomen dat de politie handelde in uitvoering van art. 51.5 van het Wegverkeersreglement, toen ze ambtshalve het voertuig, op risico en kosten van de bestuurder, liet wegslepen. Voor de Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk vorderde de garagehouder de kosten van het wegslepen van het voertuig en de stallingskosten, terwijl de eigenaar van het autowrak schadevergoeding eiste voor wederrechtelijke uitoefening van het retentierecht. 3. Aangezien het betrokken voertuig op de openbare weg onbeheerd was aangetroffen en bijgevolg op bevel van de politie, wegens verkeershinder, naar een autosilo was afgevoerd, moet deze wegtakeling en berging worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak, in de zin van art. 1947 B.W. Te dezen was de afwezige eigenaar van het voertuig inderdaad de vrijheid ontnomen om niet in bewaring te geven en om een andere bewaarnemer te kiezen (Cass. 19 november 1976, Arr. Cass. 1977, 315; Cass. 20 maart 2003, Arr. Cass. 2003, 674). 4. Luidens art. 1947 B.W. was de bewaargever dan ook verplicht de garagehouder te vergoeden voor de wegtakeling en de stalling van zijn voertuig. De bewaarnemer, hier de garagehouder, beschikte ongetwijfeld over het retentierecht, nl. het terughouden van het voertuig tot de volledige betaling van deze kosten, maar omdat er in de algemene contractvoorwaarden een schadebeding is opgenomen, kon de bodemrechter krachtens art. 1231 B.W. ambtshalve deze kosten herleiden tot een redelijke schadeloosstelling.<Krantenartikel of link
|