12.3.1. Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die van rechts komt, behalve indien hij op een rotonde rijdt of indien de bestuurder die van rechts komt uit een verboden rijrichting komt.
Anders dan waarvan de onderdelen van het middel uitgaan, betekent «die op een regelmatige manier van rechts komt» niet enkel «rijden op een plaats waar men mag rijden». Een bestuurder komt immers alleen dan regelmatig van rechts wanneer hij bij het oprijden van het kruispunt waarop hij normaal voorrang heeft, geen enkele overtreding op de bestaande regelgeving begaat. In strijd met wat het tweede en het derde onderdeel
van het middel aanvoeren, ontslaat het onregelmatige rijgedrag van de voorranghebbende bestuurder de voorrangplichtige geenszins van zijn verplichting dubbel voorzichtig een kruispunt op te rijden. Het staat aan de rechter het rijgedrag van de beide bestuurders te beoordelen. Hof van Cassatie 2e Kamer – 7 maart 2006